Kersengedichten

Betuw’s Meikersen-lied

‘ t Is zomer nu, en alle wegen
Blinkt ons des Scheppers tegen;
De boomgaard lacht ons hoopvol aan,
De bezie kleurt, de pruimen zwellen,
En abrikoos en perzik spellen
Hoe ‘s rijken tong te gast zal gaan.

Maar allen gaat gij ver boven,
O puik van Betuw’s vruchtbre hoven,
Die aan den Mei uw’ naam ontleent,
Maar eerst de zon den kreeft laat groeten,
Eer we u op onzen disch ontmoeten,
Of ge in den boomgaard ons vereent,

‘t is of Pomoon de groene twijgen
Met bloedkoralen ging doorrijgen,
Zij buigen onder dubblen last;
De landman ziet zijn’ oogst gelukken,
De boomen nooden hem te plukken,
En arm en rijk gaan thans te gast.

De stad loopt leeg: – bij gansche reijen
Gaat zich de dart’le jeugd vermeijen
Op ‘t veld, dat elk zijn schatten biedt.
‘t Is feest in Betuws ooft-waranden,
Men rept, om strijd, en mond en handen,
En wijdt den kersen-tijd een lied.

Wat lachend ooft den mensch  moog schaden,
Als ‘t soms, te gulzig ingeladen,
De maag haar werking derven doet: –
De Meikers zal geen’ sterv’ling hind’ren
Zij laaft den kranke, schenkt den kindren
Gezuiverd, onbedorven bloed.

De Spaansche kers moog lieflijk blozen
Van geel en rood, als de abrikozen;
Rouane’s knapkers glinsterend staan: –
Wat vruchten aan de twijgen zwellen,
Geen kan zich  naast de Meikers  stellen,
Geen bied dien  geur, dien smaak ons aan.

Laat Utrecht vrij haar’ oofschat roemen,
De Wijckerkers Noord Holland noemen, –
De Betuw biedt de keurigste aan.
Van alle kersen hier op aarde
Heeft hare vrucht de hoogste waarde
Geen kers kan naast de Meikers staan

Robidé van der Aa, 1836

De ware kers

Ik vind zo’n kers een juweeltje
Donkerrood glanzende wangen
Ik kijk ook met bewondering naar het steeltje
Daar heeft toch een leven van afgehangen

Veelzijdige kers

Hoewel die glad en rond is
Dus zonder hoek of kanten
En wel duizende varianten
Durf ik hier bij hoog en laag te beweren

Hoe je de kers ook draait
Of hoe je hem zal keren
Nee mijn stelling is niet tegenstrijdig
De kers is rond, maar toch veelzijdig

Kersenpit

Men zegt uw kersen hebben pit
Ik noem het een steen die daarin zit
En mocht u het kraken behagen
Ik zal mijn gebit er niet aan wagen

Kersenliefhebbers

Wie een betrouwbare kers wil kweken
Moet hand in eigen bloesem steken
In de zomer komen liefhebbers bij bossen
Om ons van die hangvruchtjes te verlossen

Betuwse kersen
Kersen uit het land van Flipje